Motivatie zit (deels) in je genen

artikel geschreven door Yvonne van Sark

Onlangs publiceerden onderzoekers van de Ohio State University nieuwe bevindingen over motivatie: de genen van kinderen bepalen voor een groot deel hoe gemotiveerd ze zijn voor school. ‘Is motivatie niet gewoon erfelijk?’, vroeg een moeder laatst aan mij bij een ouderavond over het motiveren van je kind. ‘Deels wel, deels niet’, antwoordde ik, met dit nieuwe onderzoek in gedachten. Tijd om eens dieper in de feiten te duiken. Begin maart verscheen het artikel ‘Why children differ in motivation to learn: Insights from over 13,000 twins from 6 countries’ in het wetenschappelijk tijdschrift Personality and Individual Behaviour. Het internationale onderzoeksteam concludeert in dit artikel dat zin of geen zin in leren voor maar liefst 43 procent verklaard kan worden door de genetische aanleg van kinderen.

Afbeelding van een DNA streng

Voor deze studie vergeleken de onderzoekers gegevens van 13.000 tweelingen. Onderzoek onder tweelingen kan veel inzicht geven over de invloed van genetica op eigenschappen en talenten van mensen. Immers, bij eeneiige tweelingen is de genetische basis 100 procent en bij twee-eiige tweelingen voor 50 procent identiek. Dat geeft kortom veel houvast in kwantitatieve onderzoeken waarbij veel data voorhanden zijn. In deze studie analyseerden de onderzoekers gegevens rondom school, leren en motivatie van in totaal maar liefst 13.000 tweelingen tussen de 9 en 16 jaar. Deze jongeren kwamen uit Rusland, Canada, de Verenigde Staten, Duitsland, Engeland en Japan. Zij ontdekten een opvallend consistent patroon over de leeftijden, schoolvakken en culturen heen: ‘Contrary to common belief, enjoyment of learning and children’s perceptions of their competence were no less heritable than cognitive ability.’ Volgens de onderzoekers verklaarden genetische factoren ruim 40% van de variatie in de academische motivatie van de jongeren.

Het onderzoek zoomde in op academic motivation, ofwel de motivatie om te leren. Daarbij werd gekeken naar enjoyment of learning (ofwel intrinsieke motivatie) en naar self-perceived ability (de perceptie van de kinderen over hoe goed zij zijn in specifieke schoolvakken). Kinderen moesten bijvoorbeeld op een 5- puntsschaal aangeven hoe leuk ze het vinden om te hoofdrekenen, lezen of spellen. Tweelingen hebben, behalve hun genen, natuurlijk meer gemeen: de thuisomgeving,de sociaal-economische status van hun ouders, de school waar ze heen gaan. Maar er zijn ook verschillen. Denk aan individuele belevingen, andere vrienden en klasgenoten, verschil in benadering door hun ouders en docenten en verschillende perceptie door de kinderen zelf van die ervaringen. En doordat de tweelingen soms wel en soms niet in dezelfde klas zitten, kon ook worden gekeken naar het effect van de klas en van de docent op hun motivatie.

Het internationale onderzoeksteam ontdekte dat de motivatie om te leren bij eeneiige tweelingen veel vaker overeen kwam dan bij twee-eiige tweelingen. Dit effect deed zich consistent voor in de verschillende studies, ondanks verschillen in cultuur en in opleidingssystemen. De omgeving waarin mensen opgroeien, zoals bijvoorbeeld het verschil tussen verschillende klassen, bleek veel minder belangrijk te zijn voor hun motivatie voor school dan tot nu toe werd aangenomen.

In hun artikel concluderen de onderzoekers dan ook: ‘We believe it is time to move away from solely environmental explanations, such as “good” or “bad” home, teacher, and school, for differences in enjoyment and self-perceived ability.’
Hoofdonderzoeker Stephen Petrill verklaart op de nieuwssite van Ohio State University: ‘We hebben ontdekt dat de erfelijke verschillen in persoonlijkheid een veel grotere invloed hebben op de motivatie voor school dan we dachten. Natuurlijk moeten we wel blijven proberen om studenten aan te moedigen en te inspireren. Maar we moeten ook leren omgaan met de realiteit dat kinderen op dit gebied nu eenmaal van elkaar verschillen.’

Motivatie is kortom een mix van nature en nurture. Zoals dat ook geldt voor intelligentie, muzikaliteit, aanleg voor sport en bewegen en allerlei andere talenten. We focussen graag op de mate waarin de zin om te leren stuurbaar en beïnvloedbaar is vanuit de omgeving. Dit onderzoek laat zien dat we simpelweg ook moeten erkennen dat jongeren onderling verschillen in het plezier dat ze aan leren beleven en in hun opvattingen over eigen kunnen en dat daarin niet alles maakbaar is.

 

Dit artikel is geschreven door Yvonne van Sark

“Bij YoungWorks houd ik me vooral bezig met adviestrajecten, presentaties en trainingen over jongeren. Ik volg de jongerencultuur al meer dan 20 jaar en heb inmiddels zelf twee tienerkinderen”